De profylaxe van recidiverende erysipelas (1)

Prof. R. van Furth vertelt in zijn zeer duidelijk uiteenzetting de maatregelen die te treffen zijn ter behandeling en ter voorkoming van een recidief-erysipelas (1992;2049-51). Een kleine aanvulling meen ik toch te mogen geven.

Lang niet altijd is er een porte d'entrée te vinden. Ook onderkoeling, zonnewarmte, en overmatige inspanning kunnen de ontsteking doen opleven. Waarschijnlijk is de reden hiervoor dat de streptococcen zich in het interstitium inactief teruggetrokken houden. Een onderhoudsdosering van penicilline is, zoals van Furth ook schrijft, niet zinvol.

Alleen een uitwendige profylaxe, met povidon-jood (Betadinescrub) is dan mijns inziens niet altijd afdoende. Bij elke opleving van een erysipelas worden de lymphebanen aangetast, bij recidiveren verslechtert zich dan ook de lymphedrainage (met als gevolg een lymphoedeem en een steeds gemakkelijker recidiveren).

Onder ambulante compressie therapie neemt het lymphetransport toe. Dit houdt in dat behalve de in het artikel genoemde maartregelen, het aan te bevelen is om bij een acute erysipelas zeker 2 tot 4 weken een compressief verband aan te leggen met korte rek). Bij een recidiverende erysipelas geef ik over langere tijd een elastische kous (minimaal klasse 2 en bij sterke oedeem vorming klasse 3).

W.R. Lans Veenendaal, oktober 1992

BRON: NTvG (Nederlands Tijdschrif voor Geneeskunde) 1993 ;137 nr. 1 blz. 44

De profylaxe van recidiverende erysipelas (2)

De collegae Van Cruchten en Nieuborg schrijven in hun reactie naar aanleiding van de discussie in dit tijdschrift over de profylaxe van recidiverende erysipelas dat zij bij een recidiverende erypelas een lymfscintigram maken met zo mogelijk een operatieve behandeling door middel van een lymfaticoveneuze anastomosering.
Een absolute operatie-indicatie bij een lymfoedeem is er eigenlijk niet(1). Mijns inziens levert elke invasieve diagnostische en chrirurgische therapeutische ingreep een risico op voor het activeren van de erysipelas. De streptokokken bevinden zich immers in het interstitium. In z`n algemeenheid denk ik dat chirurgische maatregelen pas zin hebben als er conservatief geen therapie mogelijk is. Het risico van recidiverenden bij snelle en adequate (antibiotica-)therapie met directe ambulate compressie(zwachtels) bij oedeem, en met aanvullende ambulante compressie (met elastische kousen) eventueel nog aangevuld met de Betadine-scrub is mijns inziens nihil. Een operatief ingrijpen lijkt dan ook inprincipe onnodig. Ik hoop dan ook dat zij patiënten alleen opereren in extreme gevallen en uitzonderingssituaties en niet over de standaardprofylaxe praten, waar het artikel van Van Furth over gaat.
Van Cruchten en Nieuborg verwijzen in dit verband ook naar patiënt B uit de klinische les; een patiënt van 73 jaar die met de therapie van Van Furth 14 jaar geen recidief had gehad. Wat is dan de zin van chirurgisch ingrijpen?
Overigens wil ik nog wijzen op een contradictio in terminis. Een steunkous is een klasse I-kous (18-25 mmHg) en heeft flebologisch gezien geen zin. Een klasse 2-4-kous is een elastische kous. Een steunkous klasse 2 of 3 bestaat dus niet.

Literatuur

  1. Foldi E, Foldi M, Clodius L. Das Lymphodemchaos. Phlebologie und Proktologie 1987; 16: 89-98.

W.R. Lans Veenendaal, februari 1993

BRON: NTvG (Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde) 1993; 137,nr. 14 blz. 733.